Reglement

REGLEMENT R.K. BEGRAAFPLAATS ST. JAN DE DOPER TE KEIJENBORG

I ALGEMENE BEPALINGEN

1. Begrippenomschrijving

In dit Reglement wordt verstaan onder:

Bestuur:
het bestuur van de rechtspersoon “Stichting R.K. begraafplaats St. Jan de Doper te Keijenborg”, eigenaresse van de begraafplaats.

Begraafplaats:
het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het bijzetten van asbussen van overledenen, geheten R.K. begraafplaats, gelegen aan de St. Janstraat te Keijenborg, gemeente Bronckhorst.

Beheerder:
degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

Eigen (urnen-)graf:
een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van één of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van twintig, dertig of veertig jaren is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.

Rechthebbende:
de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een eigen (urnen-)graf is verleend.

Grafrecht:
het recht op een eigen (urnen-)graf voor twintig, dertig of veertig jaren; het recht op bewaring van een asbus in een urnenzuil voor twintig, dertig of veertig jaren.

Bijzetting:
a. het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;

  1. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
  2. het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven.

Asbus:
hermetisch afgesloten koker met as van de overledene.

Urn:
voorwerp waarin één of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit reglement gelden ook voor urnen.

Urnenzuil:
voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een afgesloten ruimte, dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden, worden opgeborgen.

Strooiveld:
Terrein dat bestemd is voor het verstrooien van as van overledenen.

2. Bestuur

Het bestuur is gebonden aan de statuten van de stichting en aan het reglement voor deze begraafplaats.

3. Bestemming van de begraafplaats

De begraafplaats is bestemd voor overledenen behorende bij de geloofsgemeenschap St. Jan de Doper te Keijenborg, deel uitmakende van de parochie HH. Twaalf Apostelen.

Ook bestaat de mogelijkheid voor niet-leden van die geloofsgemeenschap om onder bepaalde, door het bestuur van de stichting te stellen, voorwaarden van bedoelde begraafplaats gebruik te mogen maken. Enigerlei binding met genoemde geloofsgemeenschap zal dan minimaal aantoonbaar moeten zijn. (zie ook artikel 8)

4. Organisatie van de begraafplaats

  1. Door het bestuur wordt van de begraafplaats een plattegrond bijgehouden waarop alle uitgegeven en nog beschikbare grafruimten met nummer duidelijk zijn aangegeven.
  2. Door het bestuur wordt een systeem bijgehouden van de overledenen die op de begraafplaats begraven/bijgezet zijn onder vermelding van:
    1. naam van de overledenen
    2. naam en adres van de rechthebbende
    3. het nummer van de grafruimte
    4. datum van begraven/bijzetting
    5. betaalde grafrechten
    6. eventueel betaalde verlengingen.

5. Administratie en beheer

Het bestuur is verantwoordelijk voor de wettelijke verplichting tot het voeren van de administratie van de begraafplaats.

Ten behoeve van het bijhouden van de administratie kan door het bestuur een administrateur worden aangesteld naast de penningmeester.

Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Alle rechten verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

6. Regelingen m.b.t. een begraving en de bewaring van een asbus

  1. Vóór de begraving dient aan de beheerder het verlof tot begraven te worden getoond.
  2. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel kan een controle worden ingesteld. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan een begraving geweigerd worden.
  3. Het begraven/bijzetten geschiedt gedurende de normale werktijden. Bij begraving/bijzetting op zondagen of erkende christelijke feestdagen alsook in bijzondere omstandigheden beslist het bestuur over het tijdstip en de eventuele te betalen extra kosten. De begraafplaats zelf is niet toegankelijk voor de lijkauto alsmede de volgauto’s. Uitsluitend voor mindervalide personen kan uitzondering worden toegestaan.

7. Toegang tot de begraafplaats

Het bestuur bepaalt de tijden waarop de begraafplaats voor bezoekers alsmede voor het uitvoeren van werkzaamheden toegankelijk is.

De begraafplaats is voor vervoermiddelen verboden, ook voor het plaatsen of onderhouden van grafmonumenten worden vrachtwagens en aanhangers niet toegelaten. De beheerder kan uitzondering toestaan.

Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Kinderen beneden de 12 jaar worden alleen met begeleiding toegelaten en huisdieren slechts aangelijnd.

II HET VESTIGEN VAN HET GRAFRECHT

8. Schriftelijke overeenkomst

  1. Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.
  2. Op de begraafplaats kunnen begraven worden:
  • zij die staan ingeschreven bij de geloofsgemeenschap St. Jan de Doper onderdeel van de parochie HH. Twaalf Apostelen;
  • oud-parochianen (leden van de geloofsgemeenschap St. Jan de Doper) en/of hun partner;
  • niet parochianen die onder bepaalde, door het bestuur van de stichting te stellen, voorwaarden van bedoelde begraafplaats gebruik mogen maken tegen betaling van de tarieven van de geloofsgemeenschap waartoe de overledene behoort of ten minste tegen de geldende tarieven van bedoelde begraafplaats. Enigerlei binding met de geloofsgemeenschap St. Jan de Doper zal dan aantoonbaar moeten zijn. (zie ook artikel 3)

9. Uitgifte van graven

De graven van een gravenveld worden in volgorde, door het bestuur of een door het bestuur aangewezen persoon, te bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 10.

10. Recht op eigen (urnen-)graf

Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig, dertig of veertig jaren gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgeno(o)t(e), geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind.

Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. Op een éénmaal verleend recht blijven de oude voorwaarden van toepassing. In ieder geval moet betaling volgens dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

Bij het bestuur kenbaar gemaakte beslissingen van een rechthebbende (mits niet in strijd met dit reglement) zijn bindend.

11. Adres rechthebbende

De rechthebbende is verplicht zijn adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn adres.

12. Overlijden rechthebbende

  1. Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind.
  2. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

13. Overdracht grafrecht

Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.

14. Weigering tot begraving of bijzetting

Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen (volgens de kerkelijke wet) begraving van een overledene en met name de bijzetting in een enkel of dubbel graf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

15. Ontbindende voorwaarden grafrechten

Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.

Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

III HET VERLENGEN VAN GRAFRECHTEN

16. Schriftelijk informeren van de rechthebbende

  1. Het bestuur zal voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd.
  2. Het bestuur zal, indien het adres van de rechthebbende onbekend is, trachten het betreffende adres te achterhalen bij de afdeling Bevolking van het gemeentehuis.
  3. Indien het adres van de rechthebbende niet ingevolge lid 2 kan worden achterhaald, dan zal bij het ontbreken van het adres het aflopen van de termijn door aanplakking worden meegedeeld bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft aangeplakt tot het einde van de termijn van het grafrecht. Indien na aanplakking een jaar is verstreken en de rechthebbende zich niet bij het bestuur heeft gemeld, dan heeft, onverminderd het bepaalde in artikel 27 van dit reglement, het bestuur het recht het graf te ruimen.

17. Verzoek rechthebbende

  1. Een rechthebbende kan (binnen twee jaren) voor afloop van de (al dan niet reeds verlengde) termijn van een grafrecht schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn zoals genoemd in artikel 28, lid 1 van de Wet op de Lijkbezorging.
  2. Het bestuur zal een dergelijk verzoek, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt, inwilligen indien er geen bijzondere redenen zijn die zich daartegen verzetten.

18. Voorwaarden voor verlenging

  1. De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de als dan geldende tarieven.
  2. Het bestuur behoudt zich het recht voor de grafrechten, in zoverre geen gebruik tot begraven is gemaakt, niet te verlengen. In dit geval wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld elders op de begraafplaats een grafrecht te vestigen.

19. Verlenging bij bijzetting

Wanneer in een eigen (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meer overledenen of hun asbussen een bijzetting heeft plaatsgevonden, wordt een lopende termijn verlengd met 10 jaar, indien de lopende termijn van het grafrecht wordt overschreden door de wettelijke minimum-grafrusttermijn van 10 jaar van degene die wordt bijgezet. Het nog niet verstreken gedeelte van de lopende termijn wordt met de verlenging verrekend. De verlengde periode is te rekenen vanaf de datum van bijzetting. Het is ook mogelijk om bij gelegenheid van een bijzetting een nieuw grafrecht te vestigen overeenkomstig artikel 10 van dit reglement. Het bepaalde in artikel 5 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing. Bij een bijzetting wordt het geldende tarief per overledene in rekening gebracht.

IV EINDE VAN DE GRAFRECHTEN

20. Vervallen van de grafrechten

De grafrechten vervallen:

  1. door het verlopen van de gestelde termijn met in achtneming van het bepaalde in artikel 17;
  2. indien de betaling van een overeengekomen verlenging van een nieuwe onderhoudstermijn niet binnen een jaar na aanvang van de verlenging overeenkomstig de dan geldende tarieven is geschiedt;
  3. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd;
  4. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd;
  5. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te herstellen of de herstelkosten te voldoen;
  6. indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.
V INDELING VAN DE BEGRAAFPLAATS EN ONDERSCHEID VAN DE GRAVEN

21. Indeling door bestuur

Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te leggen en te wijzigen.

22. Soorten van graven

Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik van:

  1. een eigen enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model;
  2. een eigen enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring;
  3. een eigen kindergraf of een eigen graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring;
  4. een eigen urnengraf in een urnengravengedeelte of urnenzuil.

Enkele graven
Afmeting 1 x 2 meter.

Dubbele graven (naast elkaar)
Afmeting 2 x 2 meter.

Een dubbelgraf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen die, na overlijden, in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.

Kindergraven
Afmeting 0.70 x 1.50 meter. / 1 x 1.50 meter.

In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

Eigen urnengraf
Afmeting 1 x 1 meter

In een eigen urnengraf kunnen één of meerdere asbussen worden bewaard.

Asbussen
Asbussen kunnen worden bijgezet in bovenstaande graven of bewaard worden in de urnenzuil van de begraafplaats.

Verstrooiing
As kan worden verstrooid op het strooiveld.

VI GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTINGEN

23. Vergunning en onderhoud

  1. Het plaatsen van monumenten, afsluitplaten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens alsmede het aanbrengen van beplanting op graven door of namens een rechthebbende kan niet anders dan met voorafgaande toestemming van of namens het bestuur en niet alvorens men aan de financiële verplichtingen heeft voldaan.
  2. Het bestuur stelt nadere regels vast inzake de duurzaamheid en de maximale afmeting van gedenktekens en beplanting voor de verschillende graven. Deze zijn openbaar.
  3. Toestemming voor het aanbrengen van een grafbedekking kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bestuur de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is, de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is of de grafbedekking of afsluitplaat afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats.
  4. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van gedenktekens of beplanting komen voor rekening van de rechthebbende.
  5. Rechthebbenden zijn verplicht de gedenktekens en grafbeplanting goed te onderhouden waaronder wordt begrepen het rechtzetten, herstellen of vernieuwen, het verven van opschriften en het bijkleuren van stenen, hekwerken en ornamenten alsmede het regelmatig snoeien van winterharde gewassen en het verwijderen van dode beplanting.
  6. Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of ander breekbaar materiaal op het graf te leggen.
  7. Het bestuur is bevoegd een grafbedekking, voor zijn rekening en risico, tijdelijk weg te nemen indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is.

24. Aansprakelijkheid en risico grafmonumenten

Ingevolge artikel 32a van de Wet op de lijkbezorging is de rechthebbende gedurende de periode dat het grafrecht loopt ook eigenaar van de graftekens en -monumenten.

De in artikel 23 bedoelde gedenktekens of beplanting worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht.

  1. Alle rechthebbenden die op deze begraafplaats gedenktekens of beplanting hebben aangebracht zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Schade als gevolg van: brand, vorst, storm, wateroverlast, blikseminslag, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken of ontstaan door het weghalen of terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening van de rechthebbende.
  2. De rechthebbende is verplicht de ontstane schade te herstellen indien deze zodanig is dat naar het oordeel van het bestuur het uiterlijk aanzien van de begraafplaats wordt geschaad. De rechthebbende zal hiervan dan schriftelijk in kennis worden gesteld.
  3. Indien door een ondeugdelijk geworden constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafmonument of tombe kan het bestuur direct maatregelen treffen.
  4. Indien binnen twee maanden na de dag van aanschrijven geen herstel of vernieuwing (of opdracht daartoe) heeft plaats gevonden is het bestuur bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplanting over te gaan, waarbij het voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld onverlet het recht van het bestuur tot herstel of vernieuwing op kosten van rechthebbende over te gaan.
  5. Het plaatsen van een urn of asbus in een open nis geschiedt voor risico van de rechthebbende. Het bestuur is niet aansprakelijk voor schade aan urnen in de urnenzuil.

25. Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moeten worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te vernietigen op kosten van de rechthebbende.

26. Verwijdering graftekens na einde grafrecht

Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te verwijderen en te vernietigen.

27. Ruiming van graven en asbussen

Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnenzuil bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te ruimen met inachtneming van de wettelijke termijn.

VII TARIEVEN EN ONDERHOUD

28. Tarieven

Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor het verstrooien van as, voor onderhoud en voor verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven.

In de tarieven voor de grafrechten en verleningen daarvan zijn begrepen de kosten van het algemene onderhoud van de begraafplaats en de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken en/of grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.

Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven. De tarieven gelden per overledene.

29. Algemeen onderhoud

  1. Rechthebbenden (zoals in dit reglement omschreven) zijn verplicht aan de stichting de diensten en grafrechten te betalen en bij te dragen in het onderhoud van de begraafplaats volgens de op dat moment geldende tarieven.
  2. Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen, gebouwen, paden, groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud behoren ook de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet door de rechthebbende zijn aangebracht.

30. Beperking onderhoudsverplichting

Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 29 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van art. 28 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn.

Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

VIII SLOTBEPALINGEN

31. Sluiting van de begraafplaats

Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd.

Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

32. Klachten

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

33. Onvoorzien

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

34. Vervallenverklaring eerdere reglementen

Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

35. Wijziging reglement

Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 8 december 2020 en het vervangt het vorige reglement met ingang van deze datum.

Reacties zijn gesloten.