Nadere regels voor grafbedekkingen

Nadere regels voor grafbedekkingen van de
R.K. begraafplaats St. Jan de Doper te Keijenborg

(Regeling op grond van artikel 23 van het Begraafplaatsreglement)

Artikel 1 Begripsbepalingen

Bestuur:
bestuur van de rechtspersoon “ Stichting R.K. begraafplaats St. Jan de Doper te Keijenborg”, eigenaresse van de begraafplaats.

Begraafplaats:
het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het bijzetten van asbussen van overledenen, geheten R.K. begraafplaats, gelegen aan de St. Janstraat te Keijenborg gemeente Bronckhorst.

Beheerder:
degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

Grafbedekking:
gedenkteken en grafbeplanting op een eigen (urnen-)graf.

Gedenkteken:
voorwerp op het eigen (urnen-)graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken.

Grafbeplanting:
winterharde beplanting welke door de rechthebbende op een eigen (urnen-) graf wordt aangebracht.

Graf:
een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van één of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van twintig, dertig of veertig jaren is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.

Urnenbewaarplaats:
voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een afgesloten ruimte, dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden, worden opgeborgen.

Rechthebbende:
de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een graf is verleend.

Artikel 2 Toestemming

1. Het is verboden zonder voorafgaand overleg met de beheerder een grafbedekking en/of een gedenkteken op een graf aan te brengen dan wel te veranderen.
2. Rechthebbenden van graven worden zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld tot plaatsing van meer persoonlijke en/of kunstzinnige voorwerpen.
3. Een grafbedekking en/of een gedenkteken op een graf mag slechts worden aangebracht door de rechthebbende of met een machtiging van de rechthebbende.

Artikel 3 Het gedenkteken

1. De grafbedekking, constructie-elementen, bevestigingsmiddelen enz. dienen van goede kwaliteit, bestendig materiaal en vakkundig bewerkt te zijn.
2. De lengte en de breedte van het gedenkteken op een graf mogen de afmetingen van het graf niet overschrijden.
3. Omrandingen: natuursteenbanden moeten worden gesteld op een betonfundatie.
4. Liggende monumenten (zerken): zerken op graf worden geplaatst op een roef van natuursteen of beton, waarvan lengte en breedte 10 centimeter minder dan de afmetingen van de zerk moeten zijn. De roef moet minimaal 10 centimeter dik zijn. Een natuurstenen roef wordt gesteld op een betonnen roefraam. De natuurstenen roefdelen moeten zodanig aan elkaar worden bevestigd dat omvallen uitgesloten is.
5. Gedenktekens mogen, zulks ter beoordeling aan het bestuur, geen afbeeldingen en/of teksten bevatten die aanstootgevend, ontsierend of kwetsend kunnen zijn voor anderen. Ook mogen, zulks ter beoordeling aan het bestuur, gedenktekens of voorwerpen daarop geen licht-, geluid- of anderszins hinder veroorzaken.

Artikel 4 Maatvoeringen

Specifieke eisen t.b.v. graven en urnengraven:

  • grootte: er dient, ter beoordeling aan het bestuur, een esthetische verhouding te bestaan tussen het te plaatsen monument, de voor het monument beschikbare oppervlakte en de omgeving;
  • materiaal: voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, glas of duurzaam hout

Specifieke eisen t.b.v. gedenktekens/afdekplaten voor de urnenbewaarplaats:

  • aangebrachte gedenktekens mogen niet buiten de urnenbewaarplaats uitsteken;
  • materiaal: voor de afdekplaten mag alleen natuursteen gebruikt worden.

Specifieke eisen t.b.v. urnengraven:

  • hoogte: een gedenkteken op een urnengraf mag niet hoger zijn dan 50 centimeter boven het maaiveld.
Artikel 5 Bijzondere bepalingen

1. De werkzaamheden aan graven zijn toegestaan van maandag t/m vrijdag tussen 09.00 uur en 16.30 uur. Werkzaamheden op algemeen erkende feestdagen en op 1e en 2e Kerstdag, 2e Paasdag en 2e Pinksterdag zijn niet toegestaan.
2. De werkzaamheden als hierboven omschreven mogen niet worden verricht:

  • a. Binnen 1 maand na begraving;
  • b. Bij slechte terreingesteldheid, bijvoorbeeld vorst in de grond of tijdens opdooi.

3. Afval, van welke aard dan ook, ontstaan bij de werkzaamheden dient op verantwoorde wijze te worden afgevoerd en verwerkt.
4. Gebreken, ontstaan ten gevolge van onvakkundig gebruik of plaatsing, behoren op een eerste aanzegging daartoe te worden hersteld.
5. Reclame-uitingen, in welke vorm dan ook, mogen niet op grafbedekkingen worden aangebracht.
6. Schade ontstaan als gevolg van het gebruik van transportmiddelen en of hulpmiddelen wordt hersteld door of voor rekening van de veroorzaker.
7. Banken en andere zitmeubelen op of naast de graven zijn niet toegestaan en worden meteen verwijderd zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op enigerlei vergoeding.
8. Kapotte en niet onderhouden vazen en bloembakken worden verwijderd.
9. Het is verboden grind, tegels, beplanting en dergelijke buiten de vastgestelde oppervlaktemaat van het graf te plaatsen. Deze worden verwijderd zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op vergoeding.
10. Beplanting die op graven staan mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare ruimte niet overschrijden. Zij moeten door snoeien binnen die oppervlakte worden gehouden. Tevens mag de beplanting op de graven niet hoger worden dan 1,10 meter.
11. Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen en eenjarige planten te planten.

Artikel 6 Losse voorwerpen op graven

1. Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of ander breekbaar materiaal op een graf te leggen anders dan bedoeld voor bloemen of niet blijvende beplanting.
2. Losse bloemen, planten, kransen, vazen, bloembakken en dergelijke kunnen, wanneer zij zijn verwelkt of in een verwaarloosde staat verkeren, door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op enige vergoeding.
3. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twee weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe van tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 7 Voorwerpen op strooiveld

Het is niet toegestaan om gedenktekens, voorwerpen, planten en snijbloemen op het strooiveld te leggen.

Deze nadere regels voor grafbedekkingen op de begraafplaats zijn vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 2 juni 2020 en vervangt de vorige regels met ingang van deze datum.

Reacties zijn gesloten.